|
Als je in het woordenboek opzoekt wat mishandeling betekent staat er: “daad van iemand kwaadwillig pijn te doen” en “het toebrengen van lichamelijk leed of letsel”.Mishandeling wordt ook wel “emotionele chantage” genoemd. In alle lagen van de bevolking komt mishandeling voor. Ook mannen worden mishandeld! Hier hoor je echter niet zo veel over. Het is moeilijk je voor te stellen dat iemand jou dit aan gaat doen en al helemaal niet als je van hem of haar houdt. Je verwacht niet, dat als je het oneens bent met je partner, deze je daarom afstraft met lichamelijk geweld en geestelijke mishandeling. Toch is het mij overkomen…
Ik ben een vrouw van 43 jaar met 3 kinderen. Ook mijn kinderen zijn mishandeld. Ik ben 14 jaar getrouwd geweest en voor mij is dat 14 jaar hel geweest, maar ook de jaren daarna nu al 8 jaar geleden, blijft het knokken. Het klinkt misschien gek, maar bij mij is mishandeling erin geslopen. Ik heb de problemen erg lang als normale relatieproblemen gezien. Je vraagt je vaak af: “Hoe kan dit nou? Ik wil het begrijpen. Waarom is dit me overkomen? Wat voor rol speel ik er zelf in?” Nog steeds komt het voor dat hij mij en de kinderen geestelijk mishandelt en ik vraag me dan ook af hoe ik hem het beste van me af kan houden.
Samen met mijn mental coach heb ik puzzelstukje voor puzzelstukje gelegd. Zijn doel was om mij inzicht te geven in mijn situatie. Toen ik bij hem in behandeling ging was ik een wrak. Totaal uitgeknokt en uitgeput. Vol met verdriet, woede en vragen, ondanks de therapieën, die ik had gevolgd.
In therapie werd al genoemd, dat ik in mijn jeugd emotioneel verwaarloosd ben. Ik geloofde daar toen niets van. Dat kon niet, ze hielden toch van me! Mijn ouders hadden toch het beste met me voor? Daar ga je toch vanuit! Ach ja, dat was ook zo, maar er gingen toch ook veel dingen mis, waardoor mij dit is overkomen.
Van jongs af aan was míjn mening niet belangrijk. Ik had geen stem in het gezin. Ik was lief, ik hield mijn mond. Ik kreeg geen ruimte me te ontplooien. Ik mocht niet boos worden. Van me af bijten was uit den boze, want dan vond men mij heel erg brutaal. Mijn vaders wil was wet. Zíjn pad móest ik bewandelen. Hij duldde géén tegenspraak, híj wist immers wat voor mij het beste was! Er werd me nooit gevraagd hoe ík het voelde, wat ík wilde, wat ík belangrijk vond. Wanneer ik dan zei wat ík voelde, omdat ik er opstandig van werd altijd maar te móeten gehoorzamen, moest ik niet overal zo diep op in gaan en zo gevoelig zijn. Door dit alles kreeg ik een erg laag zelfbeeld. Ik was altijd onzeker. Zelfvertrouwen kwam niet in mijn woordenboek voor.
In mijn puberteit ging mijn vader ziekenhuis in, ziekenhuis uit. Mijn ouders hadden 4 kinderen. Mijn broer en ik woonden nog thuis. Toen ik eindexamen deed voor de middelbare school haalde ik een drie voor biologie. Reden: mijn vader lag weer eens in het ziekenhuis en daardoor had ik moeite me te concentreren op mijn studie. De reden voor deze onvoldoende werd niet verteld op school. Vooral mijn biologieleraar vond dat erg raar. Hij zei dat wanneer mijn ouders de thuissituatie aan school zouden uitleggen, ik mijn examen over mocht doen. Hij wilde zelfs wel met mijn vader en moeder erover gaan praten. Ik klapte helemaal dicht! Thuis erover praten? Nee! Dat mocht hij niet van mij! Het idee alleen al, ze hadden al zoveel zorgen!
Als ik uitging en me opmaakte, zei mijn vader: “Je lijkt wel een hoer”. Van school kreeg je een briefje om naar de jongerensociëteit te mogen. Ik stond thuis altijd te trillen op mijn benen of ik er naar toe mocht. Als ik het briefje kwijt was geraakt mocht het in ieder geval niet. Géén mededogen… Ik zat op softbal, maar dat was, volgens thuis, geen sport. Ook speelde ik dwarsfluit in een kerkkoor, maar de aandacht ging naar mijn vriendin want zij kon zo mooi zingen…
Zo rond mijn 22e ging het niet zo goed met mij. Ik kon mijn draai niet vinden. Ik wilde al vanaf mijn 16e op kamers wonen, maar volgens mijn vader kon ik dat helemaal niet. Ik mocht proef wonen in zijn huis, op de benedenetage. Ik moest huur betalen én ik werd geacht mezelf bewijzen. Ik voelde me erg ongelukkig in die tijd en probeerde er met mijn vader over te praten. Met mijn moeder kwam ik niet veel verder in oplossingen zoeken en ze verzachtte áltijd het gedrag van mijn vader. Híj was zo ziek, híj had veel pijn. Alles voor de lieve vrede in huis…
Volgens mijn vader was ik geen gemakkelijke puber. Ik leerde al heel jong strijdpunten te vermijden. Hij kon zó vreselijk boos op mij worden. Toen het niet meer zo goed ging, zei hij op een avond: “Dit is niet normaal. Jij moest maar eens in therapie gaan. Ik weet het niet meer met jou.” Dát is de enige keer dat ik van me af beet! Ik zei: “We gaan wel eens kijken wie hier abnormaal is, u of ik.” Zo ben ik terecht gekomen bij een psycholoog.
Ik heb twee jaar therapie gehad. Ik knapte er echt van op. Ik woonde inmiddels op kamers en het beviel. Ik dacht: nu heb ik alles overwonnen. Ik ga eindelijk een zonnige toekomst tegemoet.
Ik had een leuke baan. Maakte veel muziek en was erg creatief en softbal kon ik niet laten. In die tijd kwam ik mijn man tegen. Hij woonde in Zwolle, ik in Deventer. Binnen een jaar zijn we getrouwd. Ik wist zeker dat hij de ware was voor mij. Ik verhuisde naar Nijmegen en gaf alles op wat ik had. Ik voelde mij zó sterk. Ik ging een heel nieuw leven tegemoet. Wat ik geleerd had, heb ik meegenomen. Maar helaas, ik had een man uitgezocht, die nog erger was dan welke ik gewend was. Ik zag dat tóen natuurlijk nog niet, maar dat inzicht zou helaas vanzelf komen.
In het begin leek alles wel goed. We wilden alle twee graag kinderen. Maar ik was op een of andere manier niet gerust. Seksueel stapelden de problemen zich op. Toen ik hierover wilde praten viel de 1e klap, midden in mijn gezicht. Ik was totaal van slag, onthutst. Ik heb toen echt wel op het punt gestaan weg te gaan maar… ik deed het niet. Je praat het goed voor jezelf: “Ach, kan een keer kan gebeuren.”
We zijn toen wel in therapie gegaan, omdat ik de problemen wilde oplossen. Ik vond dat we er wat aan konden doen. Dat is toen ook wel gelukt. Ik dacht weer: “Nu gaat alles goed. Nu worden we gelukkig.”
Ik raakte zwanger van ons eerste kind. We hadden een mooi huis gekocht en alles leek goed. Toen ik 6 maanden zwanger was, kregen we ruzie. Ik had mijn dag niet zo, zoals zwangere vrouwen kunnen hebben, daarom had ik niet zo’n zin om met mijn man te praten en vertelde hem dat. Terwijl ik hoopte op begrip voelde hij zich kennelijk afgewezen. Als gevolg daarvan schopte mij in mijn buik. Hard, heel hard! Mijn wereld stortte wéér in. De angst die ik toen voelde zal ik nooit vergeten. Ik durfde niet naar de huisarts te gaan. Hij zou mij toch niet geloven want ik kon het zélf nauwelijks geloven!
Het was het begin van schreeuwen tegen mijn man. Omdat het zo’n heftig moment was, heb ik het weggestopt. Ver weg. Ik herinnerde het me pas twee jaar na mijn scheiding. Je wilt en kunt het niet geloven. Ik snap zelf nog steeds niet hoe het kan, maar ik ging gewoon verder met mijn huwelijk. Praatte alles goed en was niet gelukkig. Maar ja, dat had ik altijd al een beetje gehad. Ik dacht: ”Het zal wel aan mij liggen”.
Na ons derde kind, ging het pas echt goed mis. De fysieke mishandeling nam toe. Ook steeds meer naar de kinderen. Geestelijk geweld was eigenlijk standaard in mijn huwelijk. Ik wist nooit welke pet hij op had op een bepaalde dag. Vanwege die onzekerheid ging ik steeds meer op mijn tenen lopen om confrontaties te vermijden. Ik probeerde hem steeds maar weer gelukkig te maken, want dan zou het “misschien” ophouden. Ik ging de deur uit, als ik voelde dat hij weer zo was. Met de kinderen wandelen, naar de kinderboerderij, naar de speeltuin. Ik deed van alles. Ik dacht, “Dan komt hij wat tot rust”. Ik ontvluchtte mijn eigen huis! Dat was heel naar gevoel. Ik stelde vast dat er thuis voor mij geen rust meer was, wég veilige haven. Ik voelde altijd de spanning voor wat er nou weer ging gebeuren…
De vakanties waren vreselijk. Dan moesten we twee weken op elkanders lip zitten en denk maar niet, dat hij zich dan anders gedroeg. Hij deed het alleen voorzichtiger, dat anderen het niet hoorden of zagen. Het had tot gevolg dat ik verslagen voor het tentje zat. Opvoeden ging ook niet echt goed meer. Ik kon geen harmonie vinden in mijn gezin. Hij kneep blauwe plekken in de kleine armpjes van mijn kinderen. De afdrukken van zijn vingers stonden erin. Op een gegeven moment hoorde het bij de orde van de dag dat de kinderen geschopt werden en aan één arm naar binnen werden getrokken wanneer hij vond dat ze vervelend waren. Maar altijd als niemand het zag… dacht híj. Het wérd wel gezien, maar niemand zei iets.
‘s Nachts huilde mijn jongste vaak. Toen ging het pas echt mis. Hij werd er laaiend om. Hij vond dat ik ze niet zoveel moest troosten; ik verwendde ze teveel! Ik kreeg dus de schuld, het kwam door mij. Híj zou wel eens ingrijpen en laten zien hoe het moest met huilende kinderen. Hij zette de jongste in de garage met het licht uit én de deur op slot. Ik kon niets doen en voelde me machteloos. Als ik had ingegrepen, had hij mij helemaal in elkaar geslagen. Ik was echt bang voor hem. Vaak hield hij zijn opvoedkundige betweterij niet lang vol. Dan mocht ik puin ruimen. Zo gauw als het kon haalde ik mijn kind weer uit de garage. Snikkend lag het dan tegen me aan en dan huilden we samen, tot het in slaap viel. Soms duurde het dan nog wel een uur voordat mijn jongste ophield met snikken terwijl het al sliep.
Nachten heb ik zo gezeten. Mijn buren, twee huizen verderop, hadden het een en ander gehoord en anoniem gebeld naar een vertrouwensarts met de mededeling dat er hier sprake was van mishandeling. Het gevolg daarvan was dat ik een brief thuis kreeg. Ook dit heeft veel indruk op me gemaakt. Ik heb de brief altijd bewaard.
Hij sloeg de oudste ook een keer keihard op de rug en kon niet meer ophouden. Hij bleef maar slaan. Toen ben ik er tussenin gesprongen. “Pak mij maar!” schreeuwde ik het uit. Ik weet dat na deze incidenten er iets veranderde in mij. Ik had er genoeg van! Zó kon het niet verder, het was genoeg geweest!! Maar ik voelde ook dat ik het niet aan kon om de stap te nemen om hem te ontvluchten. Een kind van twee-, een van drie- en de oudste van zeven jaar. Hoe moest ik dat doen, in godsnaam? Ik heb toen wel een plan gemaakt: als de jongste naar de kleuterschool ging moest het lukken, tenminste, als ik het goed voorbereidde.
Het liep toch anders. Ik ben niet gevlucht maar heb weer de stap richting hulpverlening gezet. Ik heb hem toen de keus gelaten: óf hij ging mee, óf ik ging alleen met als gevolg een scheiding! Na lang aarzelen ging hij mee. Ik was toen inmiddels al drie keer geweest.
Twee jaar heb ik therapie gevolgd, met hem. Er was altijd spanning en ruzie stond standaard op het menu, om de stomste dingen. Toch probeer je het verborgen te houden voor de buitenwereld. Met de therapie kwamen we niet echt verder. Het advies was: “Ga bij hem weg!” Dat durfde ik pas na een jaar. Deze keer met begeleiding van maatschappelijk werk. Doodsbang was ik, doodsbang om weg te gaan.
We leefden al jaren in hetzelfde huis: hij op zolder, ik beneden met de kinderen. We sliepen al heel lang niet meer bij elkaar, en na de geboorte van de jongste hadden we ook nooit meer seks. Ik wist echt niet hoe ik het moest aanpakken. Eén ding wist ik wél: het was genoeg geweest! Ik kon zijn vernederingen niet langer aan. De ruzies, het sláán. De angst van mijn kinderen heeft me wakker geschud. Eindelijk begon ik te beseffen dat het niet goed was. Niet voor niets was het advies: “Pak je koffers en leg ze klaar in de auto! Ook spullen voor de kinderen en laat de deur naar buiten open staan.” Dit alles opdat ik kon vluchten, zonodig naar een “blijf van mijn lijf huis” als het uit de hand zou lopen.
Ik was zó bang dat het met geen pen te beschrijven is! Ik vertelde hem, dat ik wilde scheiden. De reactie die ik verwacht had bleef uit. Hij huilde en huilde en huilde… Eigenlijk nam hij me niet serieus en dacht: “Het komt wel weer goed”. Pas na drie maanden huilen ging hij echt weg, omdat de hulpverlening ook met hem had gepraat. Ze zeiden: “Het is de bedoeling dat je weg gaat. Ze wil scheiden. Als je niet gaat, halen we je desnoods met politie uit huis.” Toen ging hij eindelijk weg.
Dat was een mijlpaal in mijn leven. Ik had nooit gedacht, dat ik dát zou durven. Want echt, je hebt er durf voor nodig. Het was het begin van “voor mezelf opkomen”, maar ik stortte al gauw in. Ik kreeg last van woedeaanvallen en depressiviteit. Ik had geen zin meer om mijn kinderen te verzorgen. Ik wilde niet meer naar buiten en uiteindelijk kwam er hulp in huis. En mannen? Nee, mannen kwamen bij mij het huis níet meer in!
Langzamerhand durfde ik weer de straat op. Helaas hadden de mensen in de straat gehoord welk drama zich in mijn huwelijk had afgespeeld en de gevolgen van dit feit werden al snel merkbaar. Mijn kinderen mochten opeens met bepaalde vriendjes niet meer spelen. We werden met de nek aangekeken. De hulpverlening adviseerde: “Zeg zélf gedag.” Daar ben ik toen mee begonnen, met opgeheven hoofd. Dán zelf de stap maar zetten…
Mensen om je heen weten niet hoe ze met deze dingen om moeten gaan. Het ís ook heel erg moeilijk. In die tijd begon ik te beseffen wat mij was overkomen. Mijn maatschappelijk werkster heeft wel een paar keer gezegd: “Je bent mishandeld!” Ik was erg in de war en kon het niet geloven. Ik ben toen in een groep terecht gekomen. Heel langzaam krabbelde ik weer overeind. Ik begon mijn verhaal te vertellen aan de mensen uit de groep. Ik was écht doodongelukkig.
Zo ben ik bij Maurice gekomen. Eén hoopje ellende, totaal kapot. Toen ik bij hem kwam, dacht ik: “Ach, een paar consulten en ik ben er weer!” Dat heeft hij me gauw uit mijn hoofd gepraat. Ik ben nu sinds 1999 bij deze grote vriend in behandeling, één keer in de twee weken. Ik herinner mij nog goed de eerste keer. De warmte die ik toen voelde, kende ik niet eens meer. Hij pakte mijn hand vast en ik voelde dat ik goed zat. Dít was wat ik nodig had. En mijn geloof in méér tussen hemel en aarde werd bevestigd. Ik voelde ook dat ze van bovenaf met mij bezig waren. Door de coaching kwam ik langzamerhand tot rust. Hij leerde me stukje voor stukje mijn eigen rol hier in te zien. En, ik was veilig! Ik kon zeggen wat ik voelde, zonder aangevallen te worden. Langzaam ging ik begrijpen hoe het zat; ík dacht altijd dat wat mij was overkomen míjn schuld was. Dat bleef maar door mijn hoofd spoken. Als ik dit had gedaan of dat, dán was het niet zo ver gekomen. Ja, daar zit ook een kern van waarheid in. Maar het was níet mijn schuld. Ik heb geleerd, dat degene die mishandeld niet te veranderen is. Je moet jezelf veranderen! Ik heb geleerd dat wat er in je leven gebeurd de bedoeling heeft je bewust te maken van de verantwoordelijkheid die je voor je zelf draagt, zoals een moeder zich verantwoordelijk voelt voor haar kinderen en voor ze opkomt! Hij zegt altijd: “Jíj bent het belangrijkste in jouw leven! Bij jou begint álles, jíj bent het uitgangspunt!” In het begin ik werd vaak boos op Maurice. Want als ík moest veranderen, kwam het dus niet door mijn ex. Hij sloeg míj toch én de kinderen?! Elke keer moest het weer herhaald en uitgelegd worden, totdat ik het langzamerhand ging inzien. Hij zei vaak: “Als je mishandeld wordt, laat je het ook toe. Maak je los van je onmacht!” Ik snapte er echt niks van. Ik was boos en zat vol met woede. Je laat je toch niet voor de lol mishandelen?!
Nu besef ik, dat als je niet weet hoe het wél moet, je jezelf ook niet kunt verwijten dat je een ander toestaat iets met je te doen zoals het níet moet. Ik zag immers mijn eigen rol hier niet in, dát had ik niet geleerd! Nu wél, door alles wat er in mijn leven heeft plaatsgevonden. Het gaat om het nú. Nu ik dat weet kan ik mijn eigen leven weer in de hand gaan nemen. Ik kan zorgen, dat ik weer gelukkig wordt. Ik kan nu eindelijk de dingen gaan doen waarnaar ik zó lang verlangd heb. Als mijn ex vervelend deed, leerde ik dat op de goede manier aan te pakken. Maar het moeilijkste van alles vind ik: hem vergeven. Ik weet dat dát moet… om zelf vrij te worden.
Ik ben er nog lang niet maar er zit een stijgende lijn in. Ik weet dat ik zal slagen, winnen van mezelf voor mijzelf. Mijn onzekerheid overwinnen en ook mijn boosheid en verdriet.
Ik heb dit alles op geschreven, omdat ik vind dat je in de hulpverlening vaak op weg wordt geholpen, maar niet zo veel tijd hebt om over je gevoel te praten. Dat kon bij Maurice wel. Dus alle stukjes bij elkaar, met een heel netwerk om me heen van vrienden en de wetenschap dat ik er niet alleen in sta, zorgt er voor dat ik langzamerhand genees. Ik hoop voor alle vrouwen en mannen, die er nog midden in zitten, dat ze ook deze kracht mogen ervaren. En uiteindelijk is het de kracht in jezelf, die je verder helpt, als je dat echt wilt! En durft…
Liefs,
Christa.
Voor méér informatie met betrekking tot dit onderwerp: www.mishandeling.nl
|